32ste zondag door het jaar

Auteur: Jan Degraeuwe
Datum: 07-11-2021
Liturgische tijd: Door het jaar
Liturgische jaar: B
Jaar: 2020-2021

De twee boeken ‘Koningen’ vertellen de geschiedenis van het koningschap in Israël vanaf de laatste dagen van koning David tot aan de Babylonische ballingschap. Na de dood van koning Salomo valt het rijk uit elkaar in een noordelijk deel, Israël, en een zuidelijk deel, Juda. De koningen van het Noordrijk hebben een slechte naam omdat ze afgodische cultusplaatsen beschermen.

In het midden van de negende eeuw voor Christus is Achab koning van het Noordrijk. Hij trouwt met Izebel, een dochter van de koning van Tyrus, gelegen in het zuiden van het huidige Libanon. Izebel brengt de verering van Baäl met zijn vruchtbaarheidscultus mee naar Israël en Achab laat in Samaria een tempel voor Baäl bouwen. Dit is een doorn in het oog van de profeet Elia. Elia heeft voluit gekozen voor de éne God en wil geen andere goden dienen. Hij stapt naar Achab en kondigt een periode zonder dauw of regen aan; een straf van God voor de afgodendienst. De droogte zal drie jaar aanhouden, maar treft niet iedereen even zwaar; de rijken hebben grote voorraden. Pas na drie jaar vreest koning Achab dat hij zijn paarden en vee niet in leven zal kunnen houden. Elia lijdt al vlugger onder de droogte. De beek waarbij hij zich verborgen had, droogt op en de HEER zendt hem naar Sarefat in de streek van Tyrus. De streek van waaruit koningin Izebel afkomstig is! De God van Elia is geen God van één stam, maar van alle mensen. Daarom durft Elia het aan om naar de streek te gaan waar Baäl algemeen vereerd wordt. Hij ontmoet er een weduwe die nog veel harder onder de droogte lijdt. Ze sprokkelt hout om voor haar zoon en zichzelf de laatste maaltijd te bereiden. Elia spreekt haar op een nogal bazige toon aan, maar hij meent het goed met haar. Hij redt de weduwe en haar zoon van de hongerdood. Het is alsof Elia de schade, die de droogte veroorzaakte bij de arme mensen, wil verzachten. De weduwe redt haar gezin en zichzelf door haar ongelooflijk vertrouwen in de profeet Elia en in de HEER, maar daarvoor moet ze eerst een aan dwaasheid grenzende generositeit tonen.

In de lezing uit het evangelie van Marcus ontmoeten we een arme weduwe die haar laatste centjes weggeeft. We bevinden ons in de tempel, het centrum van het religieus en maatschappelijk leven. Jezus heeft er twistgesprekken en confrontaties met de schriftgeleerden. Hij waarschuwt de mensen voor het gedrag van de religieuze leiders, die ijdel en hooghartig zijn en indruk willen maken, maar ze zijn hardvochtig voor de zwakken. In het midden staat de offerkist. We horen het geld rinkelen. Jezus en zijn leerlingen kijken toe. Ze zien hoe rijke mensen veel geven, en dan komt de arme weduwe, die slechts twee muntjes in de offerkist kan gooien. Jezus merkt op: “De rijken geven van hun overvloed, de arme weduwe geeft alles wat ze heeft”. Dit kunnen we vandaag nog steeds vaststellen; armen dragen in verhouding vaak zwaardere lasten dan rijken. Jezus besluit dan: “ze gaf haar hele levensonderhoud”. In het Grieks staat er voor ‘levensonderhoud’ gewoon ’leven’. Als je leest “ze gaf haar hele leven” roept dat de kruisdood van Jezus op. Marcus toont ons met de weduwe die alles gaf, een beeld van Jezus die zijn leven geeft.

Vaak ziet men de grote offerbereidheid van de weduwe als een na te volgen voorbeeld. De slotzin is dan een lofzang op wie uit overtuiging tot het uiterste durft gaan, ook weer zoals Jezus. Maar we mogen toch niet te snel vergeten hoe Jezus de schriftgeleerden de mantel uitveegde. In de tempel ziet hij veel schijnheiligheid. Al die schriftgeleerden weten toch dat weduwen het moeilijk hebben. Waarom helpen ze hen niet? Waarom blijven ze de wetten verkondigen, zodat arme weduwen zich verplicht voelen om hun laatste centje in de offerkist te gooien. Nee, Jezus looft de arme weduwe niet. Hij heeft medelijden met haar. Hij ziet hoe ze slachtoffer is van een systeem waaraan ze zich niet kan onttrekken. Jezus heft geen lofzang aan, maar een klaagzang over de uitbuiting van de zwaksten. We mogen niet sentimenteel worden over de generositeit van de weduwe. We moeten zien hoe ze slachtoffer is van een systeem. Dit betekent natuurlijk niet dat we zelf niet genereus zouden mogen of moeten zijn. Jezus wou een religie waarin mensen ruimte krijgen en waardig kunnen leven. In onze westerse maatschappij is er geen religieuze dwang, maar kunnen alle mensen er waardig leven? Onze wereld werd getroffen door een pandemie en zoals bij de droogte tijdens de regering van koning Achab kregen de zwaksten het hard te verduren. Het rijke Westen zorgde goed voor zichzelf. Réginald Moreels schreef verontwaardigd: “Tot vandaag zijn er nog steeds maar zo’n 150 miljoen vaccins via het internationale vaccinprogramma Covax­ in Afrika aangekomen. In de helft van de Afrikaanse landen is amper 2 procent of minder ingeënt tegen het coronavirus. In Congo is nog geen 0,05 procent van de bevolking gevaccineerd.” Waar staan onze tempels en wie zijn onze schriftgeleerden? Wie het schoentje past, trekke het aan.

 
Preek van de week

Inschrijving

Indien u iedere week een voorstel van preektekst van een dominicaan of een lekendominicaan wilt ontvangen, vragen wij u om uw inschrijving te bevestigen door te klikken op de link. Wij danken u bij voorbaat voor uw interesse in ons initiatief.

Schakel javascript in om dit formulier in te dienen

Onze preken

  • 1
  • 2

Neem contact met ons op

Heeft u vragen, opmerkingen of suggesties ? Wij doen ons best om u verder te helpen.

Merci d'indiquer à nouveau votre nom
Merci d'indiquer votre email Votre email n'est pas valide
Merci d'écrire un message