Sint-Dominicushuis
Sparrendreef 91
8300 Knokke-Heist

18de zondag van het jaar (A)

Bernard De Cock
Zondag 2 augustus

Jezus kon zijn druk leven alleen maar volhouden omdat hij innerlijk sterk was, omdat hij bad en contact hield met God. Af en toe wilde hij dus alleen zijn op een eenzame plek om er te bidden, te mediteren, tot zichzelf te komen. Zo begint ook ons verhaal: ‘In die tijd voer Jezus in een boot naar een eenzame plek om alleen te zijn’. Maar de mensen komen het te weten en ze gaan hem achterna. Dat is te verstaan, want ze hebben iets aan hem, hij haalt het beste in hen boven, hij weet precies welke vragen en problemen zij hebben.

            Nu had Jezus heel terecht kunnen reageren: gun me nu toch asjeblief enkele ogenblikken voor mezelf, laat me eventjes gerust. Maar neen, hij is ontroerd door de mensen, of, zoals Matteüs ons vertelt: ‘hij kreeg diep medelijden met hen’. Hij wéét dat ze komen om een woord van opbeuring en zingeving te horen, om genezen te worden. En zo geschiedt het: ‘hij genas hun zieken’, staat er geschreven.

            En dan gebeurt er iets wonderlijks. Daar op die eenzame plaats, zeer veel volk, vijfduizend man. Het wordt avond en de leerlingen raken in paniek. ‘Laat de mensen naar de dorpen gaan en daar inkopen doen om te eten’, zeggen ze aan Jezus. Eigenlijk bedoelen ze, maar ze durven het niet met zoveel woorden te zeggen: iedereen moet maar voor zichzelf zorgen. Als elkeen zichzelf bevoorraadt, is het ok. De mensen zullen te eten hebben en wij zijn gerust. Jezus weet dat dit niet klopt. De kans is groot dat er mensen zijn die niet de middelen hebben om eten te kopen, of dat het voedsel schaars is en dat alleen de rijken of de gewieksten of de rapsten er kunnen aan geraken.

            Jezus grijpt de opmerking van de leerlingen aan om, daar tegenin, zijn boodschap en zijn diepste overtuiging in daden om te zetten: laat de mensen elkaar toch niet beconcurreren in een ongenadige struggle for life; wat hiér voorradig is moeten wij afstaan en moeten zij onder elkaar verdelen, zodat elk genoeg heeft. Maar je hoort tussen de lijnen de leerlingen heftig protesteren: dat kan toch niet, we hebben maar vijf broden en twee vissen, je krijgt zo’n pietluttigheid niet verdeeld over zoveel mensen. Je kunt ze toch niet vermenigvuldigen, er zijn er maar zoveel. Punt.

            Jezus houdt er blijkbaar een andere methode van rekenen op na. Ik vind die prachtig verwoord in een gebed van Jan van Opbergen waarin hij bidt om herscholing in wijsheid. “Om een nieuwe methode van rekenen bidden wij. Dat wij ons oefenen en bekwamen in het vermenigvuldigen door te delen. Dat uitgerekend het gebaar van breken en delen het teken wordt van overleven. Dat ooit het Laatste Avondmaal van Jezus de Eerste Overvloed van allen wordt”.

            Laten we even teruggaan naar de tekst van Matteüs. Jezus zegt aan de leerlingen hem de vijf broden en de twee vissen te brengen, daarna vraagt hij dat het volk zou gaan zitten op het gras – geen schoudergetrek, geen gedrum! Hij slaat zijn ogen ten hemel, zegent het brood, breekt het en geeft het aan zijn leerlingen die het dan verder geven aan het volk. In precies dezelfde beschrijving wordt verteld over Jezus’ laatste maaltijd met zijn leerlingen. Het gaat in beide verhalen over de kern van zijn boodschap, namelijk dat jouw leven pas dan zinvol is als het gebroken en gedeeld wordt met de ander. Dat geldt op de eerste plaats voor het materiële, maar evenzeer voor het geestelijke.

            Jezus is een meester in het samenhouden van die twee betekenissen. Hij weet maar al te goed dat onze eerste behoeften de materiële zijn. Mensen die fysiek honger hebben moeten voedsel krijgen. Dat is de eerste en fundamentele basis van vrede en rechtvaardigheid. Er kan nooit vrede zijn tussen mensen die sterven van honger en mensen die sterven aan overvoeding. De interpretatie van het evangelie van vandaag als een wonderbare broodvermenigvuldiging, alsof Jezus een soort hocus pocus zou uitgevoerd hebben, is een romantische karikatuur van het verhaal. De harde realiteit is, dat er een schrijnende ongelijkheid in de wereld is – armen worden armer en rijken rijker – en dat die alleen maar kan opgelost worden door een herverdeling van het materiële. Zoniet sterven mensen als vliegen.

            Maar naast die materiële betekenis gaat het Jezus ook om een diepere geestelijke betekenis. De vijf broden zijn symbool voor de vijf boeken van Mozes, de Tora. Gods wegwijzer, die richting en zin aan ons bestaan geeft. Opdat we samen met elkaar een gelukkig leven zouden leiden. Een mens leeft niet van brood alleen, maar ook van Gods woord. En de vis gebruikten de eerste christenen als symbool voor Jezus zelf. Het Griekse woord voor vis: Ichthus was de afkorting van Jezus Christus, Gods Zoon en Redder. Jezus geeft ons dus Gods wegwijzer én zichzelf (brood en vis), opdat wij die ook aan elkaar zouden doorgeven. Dat is trouwens ook de diepe betekenis van de eucharistie die we iedere week vieren, met de dienst van het Woord en de dienst van de Tafel.

            En nu ik het over de ‘tafel’ heb, wil ik tot slot iets zeggen over de cultuur van het tafelen. Niet voor niets nam Jezus de tafelgemeenschap als materieel en geestelijk kernpunt van zijn leven en zijn leer. Het laatste samenzijn met zijn vrienden was niet in een soort leslokaal, maar aan tafel.

            Ontelbare uren, ontelbare keren zitten wij samen aan tafel. In onze groei en zelfwording is de tafel misschien even belangrijk als de lucht die wij inademen. Ik denk hier even aan de keukentafel indertijd bij ons thuis. Aan die tafel werd lekker gegeten, intimiteiten gedeeld, verjaardagen gevierd, examenperi­ke­len besproken, daar werd soms gezwegen, daar werd vreugde en verdriet gedeeld. Van die tafel liep ik ook wel eens kwaad en geërgerd weg, maar ik kon er steeds ook weer naar terugkeren om er opnieuw aan te schuiven zoals ik was. Rondom de keukentafel tafel zijn wij geworden wie wij zijn, precies omdat er ruimte was om ons te laten worden wie we kónden zijn; we hebben er onze wortels en ons leven werd er geopend op de toekomst.

            En als ik vrienden uitnodig aan tafel, is het altijd wat spannend. Niet alleen omdat ik mij afvraag of hetgeen ik gekookt heb, in de smaak zal vallen van mijn gasten, maar ook en vooral omdat ik heel goed weet dat de kwaliteit van het gesprek en de gedeelde vriendschap aan tafel minstens even belangrijk zijn als de maaltijd zelf. Een avondje tafelen is pas gelukt, als we van tafel gaan, uiteraard een beetje rijker aan kalorieën, maar vooral met een warmer hart. Amen.

 

© Dominicains de Belgique 2019
© Dominicanen in Belgïe 2019
webmaster@dominicains.be