Sint-Dominicushuis
Sparrendreef 91
8300 Knokke-Heist

Derde Zondag van Pasen (A)

Mark Butaye
Zondag 26 april

Is de verrijzenis vooruitkijken naar wat nog komen moet, nu niet, maar pas later, veel later. Is het hopen op wat we nog niet zien ?  Is het een soort vertrouwen dat er nooit meer zoiets als ‘dood’ zal zijn, ook al gaan we onvermijdelijk dood en volgt er dan een grote stilte ? 



We stonden met onze kloostergemeenschap en met de familie op het kerkhof rond de open aarde waarin onze confrater zou begraven worden. We hadden alle gebeden gezegd. Twee neefjes van hem staan dicht bij de rand van het graf. Wanneer de kist in de diepte daalt en we enkel nog kunnen zwijgen en kijken, zoeken zij hartstochtelijk troost bij vader en moeder : “Zien we nu nonkel nooit meer” ?

De korte afstand tussen Jeruzalem en Emmaüs duurt voor de twee leerlingen, voor de ontmoedigde mens, heel lang. Het herstel uit de vertwijfeling en de ontmoediging heeft zijn tijd nodig. Het gaat niet over een kleine tegenslag. Het is de grote droom die aan diggelen ligt. Waarin hebben wij al die tijd geloofd ? Hebben wij voor een illusie geleefd ? Was onze verwachting te groot ? ‘Het zou allemaal nieuw worden’ werd ons beloofd. En daar hadden wij alles voor over. Wij zouden voor hem door het vuur zijn gegaan. De waarheid waarvoor je dacht te leven is in rook opgegaan. Nu rest enkel het lege graf, dat zwijgt.

‘En wij leefden in de hoop dat hij Israël zou verlossen’. Die zin vertolkt de gebroken droom van de mens die tot het uiterste heeft geleefd hebben en dan plots alles ziet uiteenspatten. Hoe dikwijls horen we dat ! Hoe dikwijls ervaren we dat zelf ? Dingen die niet stand houden of hun waarde verliezen: een liefde, je gezin misschien, je beroep, de mensen waar je om geeft. Je had misschien verwacht dat de vernieuwing van de Kerk en van het ambt zich duidelijker zou doorzetten; dat de solidariteit tussen rijke en arme landen eindelijk structurele vorm zou krijgen; dat de eerbied voor de schepping en het klimaat meer au sérieux zou genomen worden; je had je ingezet voor een gastvrije cultuur met respect voor diversiteit en voor mensen die het moeilijk hebben en het loopt helemaal anders uit.
Als de ontgoocheling te zwaar is geworden zeggen de leerlingen: “ Vaarwel Jerusalem, stad van mijn dromen. We kunnen ons beter terugtrekken in ons eigen veilige nest, in Emmaüs, wat betekent “aan de bron”. Misschien komen we dan op adem”?

Met de grote vertwijfeling staat de mens nu echt oog in oog met de dood. Er bestaat geen simpele troost, geen gemakkelijk woord, om de zin van het leven en van de dagelijkse handelingen te hervinden.
Of toch? Hebben wij een antwoord op de dood al niet geleerd vanaf onze eerste levensjaren, toen we onze eerste stapjes zetten, vielen en weer leerden opstaan; toen wij het broze vogeltje dat uit zijn nest was gevallen in onze handen koesterde; bij onze zieke broer of zus, bij een trage leerling, bij de uitgestoken hand aan de ingang van de metro, bij elke kwetsuur, … bij alle gebroken riet, zoals de schrift het uitdrukt? Leerden wij niet zo de kleine dood te overwinnen?

Het antwoord op de grote dood begint bij elke kleine dood – als er bijvoorbeeld wijn tekort is op het feest, als er geen brood is voor de vijfduizend, als er onenigheid heerst over wie de grootste is, als er kwaad in het spel zit, als vergeving moeilijk is, als mensen niet dansen wanneer de fluit zingt, als de Wet verhardt en zijn spirit verliest, als gebed verflauwt, als de tempel verzakt in commerce, en ook wanneer twee kleine neefjes wenen aan het graf van hun nonkel. Het is een grote leerschool om het kleine en het grote lijden, om de dagelijkse moeite van het leven door te komen en om het leven te hopen en te koesteren als een heiligdom.

Ja, verrijzenis begint niet later, niet straks na dit leven. Het begint al bij onze eerste dag, toen we door de nauwe poort en door de barensweeën van de moeder het leven binnen getrokken werden. En verrijzenis wordt nog duidelijker wanneer wij gedoopt worden en de zegen ontvangen: ‘ Gij zijt mijn geliefde – voor jou zal ik Zijn”. In de doop, in het gebroken brood, in de eucharistie, zijn wij aan Christus verrezen. Helemaal.

De gezel die onze tocht naar Emmaüs vervoegt leert ons achterom te kijken: “Moest de Messias dat alles niet lijden om zijn glorie binnen te gaan?”. Achterom kijken en zien dat elke daad om lijden te keren, een hoop is op verrijzenis.

Ogen hebben veel taal nodig en veel herinneringen om die rode draad te zien. Zoals Filippus heel de geschiedenis nodig heeft om aan de pelgrimerende Ethiopiër uit te leggen wie Jesaja bedoelt met het vers: “Als een schaap werd hij naar de slachtbank geleid”. (Handelingen 8, 26-40) En als Mozes aan God vraagt: “Hoe zal ik aan mijn volk uitleggen dat jij de dood kan keren, ons leven kan redden, wie ben jij wel? “ krijgt hij te horen: “Kom hier bij mij op de rots staan. Als mijn heerlijkheid aan u voorbijgaat, en als ik dan mijn hand terugtrek, kunt u Mij van achteren zien, want mijn gelaat kan niemand zien.” ( Ex. 33, 21-23). God zie je pas nadien. Van achteren. Na de feiten.

Geloven of vertrouwen dat de dood niet het laatste woord is, is je geschiedenis herlezen met ogen die licht zoeken. Elke daad van liefde, elke poging tot begrip, elk herstel, elk woord dat troost, elk gebaar dat omarmt, het is allemaal groot en zinvol genoeg om de angel uit de dood te trekken.

Zo vergezelt de derde persoon de pelgrim naar Emmaüs. Hij luistert naar het verlangen van de mens. En precies zoals zijn Vader zegt hij: “Ik heb de ellende van mijn volk gezien – Ik zal er zijn voor u “. Zo is Hij. Doorheen de korte tijd van zijn bestaan, deelt Jezus de hele menselijke ervaring: met de lamme, de zieke, de spirituele zoeker, met de prostituee, de gevangene, met wie dorst en honger heeft, met wie niet weet, of twijfelt, met wie in kwaad hervalt. In elke ontmoeting, in elk gebaar, in elke daad, boort hij in de mens nieuw leven aan.

Precies daarom zeggen wij: hij is verrijzenis; ononderbroken is hij verrijzenis aan ons, aan elke mens. Hij geeft ons terug aan het leven en aan de Heer van alle leven.   In die herinnering opent hij onze ogen.  


When memory catches up with us

Luke 24, 13-35. The Emmaus pilgrims. 3rd Sunday of Easter

Should we understand resurrection as something ahead – a happening that is yet to come, not now, but only later, even much later? Is it hoping for what we don’t yet see? Is it a kind of confidence which says that never again will there be such a thing as "death" - even if we will inevitably die and it will be followed by a great silence?

We, our dominican community and his family, are standing in the cemetery around the open earth in which our dominican brother will be buried. We have said all the prayers. Two of his nephews are very close to the edge of the grave. When the coffin descends into the dark deep and while we can do nothing else but watch and be silent, they both passionately seek comfort from their father and mother:  “Will we never ever see our uncle again"?

The short distance between Jerusalem and Emmaus will become a long journey for the two disciples, for everyone who is discouraged. For it takes time to recover from despair. It is not about a small setback. It is the great dream that has been shattered. What have we believed in all this time? Have we just lived an illusion, for an impossible hope?  We were promised "All would become be new." And we did everything for that.
The truth one thought one lived for has gone up in smoke. Nothing but the empty grave remains, in silence.

"And we lived in the hope that he would save Israel." This sentence expresses the broken dream of everyone who has lived to the limit, and then suddenly has seen everything bursting apart. How many times we are witnesses of such a deep discouragment ? How many times we do not see a light, a perspective ? Things that do not last or lose their value: a love, family-life, a professional situation, relations with colleagues, a job. One might have expected the constant renewal of the Church including women becoming deacons and priests; or one hoped for a structural strenghtening of solidarity between rich and poor countries; or justice in elaborating equal rights; or that respect for nature and climate would be taken up more seriously; one may have promoted a more hospitable culture with respect for diversity and for marginalised people..  and in reality .. it all turns out completely different.

When the disappointment has become too heavy, the disciples quit and say: “Goodbye Jerusalem, city of my dreams. It is better to return to our own safe nest, to Emmaus, which means “at the source”. Maybe there we'll re-discover refreshing water ? When despair is so profound, one is really faced with death. There is no simple comfort, no easy word, to rediscover the meaning of life and happiness in day to day occupations.

Or maybe there is ?  Didn’t we answer death from our birthday on ? from our first falling and getting up again, from the moment we found a fragile young bird fallen out of its nest which we cherished in our hands; didn’t we try to conquer death when we were sitting next to our sick sister or brother; when sustaining a fellow student who was struggling; when being confronted with an outstretched hand at the entrance of the metro,  ... or hoping a bruised reed will not be broken, as Isaiah writes ? ( Is. 42,3).

Answering death, starts by dealing with suffering, with every minor death. For example,  when there is no wine at the wedding party; when there is not enough bread for the five thousand, when reconciliation is difficult; when disagreement claims “who-will-be-the-greatest”; when justice needs to restore evil and corruption, when the flute invites to dance, when the Law hardens and loses its inspiration; when we try to deepen prayer, to respect the temple, and of course when parents try to comfort the two little cousins weeping at their uncle's grave.

It is a lifelong learning process, a resurrection pilgrimage, from our childhood on, to face all kind of sufferings and getting through the daily difficulties of life and to cherish life as a sanctuary.

Resurrection does not start far later, soon after life has passed away. It starts on the day of our birth, facing the pain of being drawn into daylight, passing through the narrow gate of a mother in labour pains. It later becomes more  evident when being baptized and receiving the blessing: "You are my beloved - I will be for you." In baptism, in broken bread, in the Eucharist, we are fully risen in God and in Christ.

The companion who joins our pilgrimage to Emmaüs helps us to look backwards. “Did not the Messiah have to suffer these things and then enter his glory?” (Lk 24,26) To look backwards in order to understand that countering any kind of suffering is hoping for resurrection. 

To discover the guiding principle of this constant resurrection, our eyes need a lot of words, parables, a poetic language and a lot of memories.

That is why the disciple Philip, for example, refers to scripture when he wants to explain to the pilgrim Ethiopian the verse on the Suffering Servant in Isaiah , "Like a sheep he was led to the slaughter." (Acts 8, 26-40).  And when Moses asks the Lord : “How can I explain to my people that you can overcome death and save our lives. Who are you? ", he receives the answer : " Come and stay here next to me on the rock, (…) and when my glory passes before you, and when I then withdraw my hand, then you can see Me from behind, for no one can see my face. " (Ex. 33, 21-23). 
We only see God from behind, once he has passed.  Memory catches up with us and walks along with us, slowly revealing Gods constant presence : He will not break but heal.

Believing or trusting that death is not the last word, one needs to read the events of one’s own life with eyes fixed on the light. Every act of love, every attempt at understanding, every recovery, every word that comforts, every gesture that embraces, these signs are all great and meaningful enough to pull the sting out of death.

That is how the third person joins the pilgrims. He listens. He knows our longing for life, exactly as his Father does when he says: "I have seen the misery of my people - I will be there for you."

Jesus shares the entire experience of human life : with the lame, the sick, the spiritual seeker, with the prostitute, the prisoner, with the thirsty and the hungry, with every one who doubts, with all who are longing for relief, healing, consolation, respect, recognition, with his opponents and enemies, with evil doers. Every one of his encounters is an act against death, an act which restores life.

We therefore proclaim :  He is resurrection. He is the continuous resurrection of every one of us. He brings us back to life and brings all renewed life to the Lord of life.
In this memory He opens up our eyes.

 Mark Butaye  - April 2020, 3rd Sunday of Easter


Quand la mémoire nous rattrape
Luc 24, 13-35. Les disciples d'Emmaüs. 3ème dimanche de Pâques

La résurrection, concerne-t-elle ce qui est à venir, pas maintenant, mais beaucoup plus tard, par exemple à la fin de notre vie ? Est-ce ce espérer ce que nous ne pouvons pas encore voir ? Est-ce se confier à la promesse qu’il n’y aura plus jamais “ de mort” , même si nous mourrons inévitablement et qu' après il y a le grand silence?

Avec notre communauté dominicaine et la famille nous nous trouvons au cimetière autour de la terre creusée où notre frère sera enterré. Nous avons conclus toutes nos prières. Deux de ses petits neveux se trouvent aux bords de la tombe. Au moment où l’on fait descendre le cercueil dans la profondeur et que nous ne pouvons que regarder et écouter le silence, les deux petits neveux s’accrochent irrésistiblement à leur papa et maman : "N’allons-nous plus voir notre oncle "?

La courte distance entre Jérusalem et Emmaüs devient une longue étape pour les deux découragés. Se remettre du désespoir requiert du temps. Ce n’est pas un petit revers qui les décourage. Le grand rêve s’est brisé. “Qu’ avons-nous cru, vécu tout ce temps? Notre espoir, était-il illusoire ? Notre attente, était-elle démesurée, impossible ?  "Tout sera nouveau", nous avait-on promis. C’est à ce but que nous nous sommes investis à fond, jusqu’au bout.”
La vérité à laquelle on a attaché tant d’attention, pour laquelle on a voulu vivre, est partie en fumée. Seul un tombeau vide nous reste.  

"Et nous avons vécu dans l'espoir qu'il sauverait Israël". Ce soupir exprime le désarroi de l’homme désillusionné. Combien de fois nous le rencontrons. Combien de fois nous l’affrontons, nous aussi. Un vécu qui éclate en miettes. Des relations qui ne durent pas, des liens qui perdent leur valeur; un divorce, des déceptions dans la profession, dans le travail. Ou l’on avait espéré que le renouveau de l'Église se poursuive, que la femme ait accès au ministère du diaconat et de la prêtrise; que la solidarité entre pays riches et pays pauvres prendrait enfin une forme structurelle; ou on est déçu dans des politiques qui devraient préserver la création, la nature, les espèces, le soin pour le climat; combien de déceptions, de perte de foi.

Lorsque le désarroi ronge trop fort, les disciples tournent le dos : «Au revoir Jérusalem, ville de nos rêves. Il vaut mieux que nous nous retirons dans notre fermette sécurisante, à Emmaüs, ce qui signifie «à la source». Peut-être y reprendrons-nous du souffle ?

Dans le désespoir l'homme regarde la mort en face. Il n’existe pas de simples paroles, de consolation facile. Les gestes sensés ne reprennent pas aussitôt.

Ou quand même ? N’avions-nous pas appris de répondre à la mort dès nos premières années, en apprenant à marcher, tomber et se redresser ? En chérissant un petit oiseau fragile tombé se son nid; en étant assis à côté de notre frère ou sœur malade; en soutenant un étudiant qui avait difficile à suivre, en se trouvant devant la main tendue à l'entrée du métro, à chaque blessure, à chaque roseau cassé comme les Ecritures ( Isaïe 42, 3 ) ?

N’ avions-nous pas ainsi appris à vaincre toute petite mort ?

La réponse à la grande mort s’enracine dans celle qui répond à la petite mort  :  par exemple lorsqu’il n’y a plus de vin pour la fête; quand il nous manque du pain pour les cinq mille; lors du dispute qui est le plus grand; quand le mal prend le dessus; lorsque des relations sont bloquées, quand il faut du pardon; au moment où la flûte invite à la danse; si la loi se durcit et perd son inspiration, quand la prière perd son ardeur, lorsque le temple sombre dans le commerce,
et aussi lorsque les deux petits cousins ​​pleurent sur la tombe de leur oncle. C'est un apprentissage de longue haleine, pour surmonter la mort quotidienne et pour chérir la vie comme un sanctuaire.

Vraiment, notre foi en la résurrection ne commence pas plus tard, pas après cette vie. Elle commence au premier de nos jours, en traversant péniblement la porte étroite et les douleurs d’accouchement que subit notre maman, pour nous faire entrer dans la vie et la lumière.  Et la résurrection devient encore plus présente au moment de notre baptême au moment de la bénédiction: "Tu es mon bien-aimé, en qui je trouve bonheur  - Moi, Je suis, je serai pour toi."  Dans le baptême, dans le pain rompu, dans l'Eucharistie, nous sommes ressuscité dans le Christ. Sans réserve.

Le compagnon qui nous rejoins sur notre chemin vers Emmaüs nous apprend à regarder en arrière pour que nous nous souvenions. “ Ne fallait-il pas que le Messie souffrît cela pour entrer dans sa gloire” ?  Regarder en arrière pour comprendre que tout essai de guérir ou de vaincre la souffrance, est espoir dans la résurrection. 

Pour que les yeux comprennent et découvrent ce fil rouge, il leur faut la parole, un langage et beaucoup de souvenirs.  Voyons ce que fait le disciple Philippe avec le pèlerin Ethiopien pour lui expliquer le verset de Isaïe : "Comme un mouton, il a été conduit au massacre." (Actes 8, 26-40). Il reprend l’histoire, évoquant les signes, gestes, bref la vie du Serviteur Souffrant.  Et quand Moïse demande à Dieu: «Comment puis-je expliquer à mon peuple que vous pouvez transformer la mort, sauver nos vies, qui êtes-vous? "... il reçois comme réponse : " Viens te tenir ici sur le rocher avec moi (…) et quand ma gloire passe devant vous, et qu’ensuite je retire ma main, vous pouvez Me voir de derrière, car personne ne peut voir mon visage." (Ex. 33, 21-23).
On ne voit Dieu que de derrière. Lorsqu’il est passé. Après les évènements.

Vivre avec la confiance que la mort n'est pas le dernier mot, c'est relire la vie et sa vie avec des yeux qui cherchent la lumière. Toute acte d'amour, chaque tentative de réconciliation, chaque rétablissement, toute parole mot intentionnée de  réconforter, de guérir, tout geste qui embrasse avec respect, tout cela est suffisamment grand et suffisamment significatif pour arracher l'aiguillon de la mort.

Ainsi nous accompagne une troisième personne vers Emmaüs. Il écoute le désir de l’homme. Et comme son Père, il dit lui aussi : "J'ai vu la misère de mon peuple - je serai là pour vous." Voilà ce qu’il est. Son existence est de partager la vie humaine, pour la guérir et la sauver, celle des boiteux, des malades, du quêteur de spiritualité, de la prostituée, du prisonnier, de ceux qui ont soif, faim, des doutes, de la richesse. Chacune de ses rencontres est un acte qui rétablit une nouvelle vie.

C’est pourquoi nous proclamons : il est résurrection. Il est Résurrection ininterrompue à l’homme. Il nous rend à la vie, et au Seigneur de toute vie.

Dans cette mémoire, il nous ouvre les yeux. 

Mark Butaye           Avril 2020, 3ième dimanche de Pâques




© Dominicains de Belgique 2019
© Dominicanen in Belgïe 2019
webmaster@dominicains.be