Sint-Dominicushuis
Sparrendreef 91
8300 Knokke-Heist

2de zondag door het jaar (A)

Antoinette Van Mossevelde
Zondag 19 Januari

Een paar weken geleden vierden we Nieuwjaar. De joodse traditie kent een bijzondere manier om een nieuw jaar in te zetten. Onmiddellijk na nieuwjaarsdag, volgen 9 dagen van gebed, bezinning, en verzoening met familie en vrienden. Kwestie van een nieuw jaar echt met een schone lei te beginnen. Deze periode van inkeer en verzoening met volksgenoten wordt afgesloten met een vastendag om zich ook met God te verzoenen. Het is een vastendag én een feestdag, er wordt niet gewerkt: Jom Kippoer. Voor joodse gelovigen is dit de belangrijkste feestdag van het jaar. Van oudsher werd die dag een merkwaardig ritueel voltrokken: een bok wordt beladen met de zonden van Israël en de woestijn ingejaagd om te sterven of van een klif geduwd.

Het dier wordt op die manier geofferd voor de zonden van het volk.   Uit dit ritueel is het begrip ‘zondebok’ gegroeid. Iemand of een groep mensen die aangewezen wordt als de schuldige voor wat misgaat in een grotere groep. Dit kan gebeuren in een gezin, een familie, in een klas, op een werkplek, in een land. Iedereen is er eensgezind van overtuigd dat alle problemen door die ene persoon veroorzaakt worden en dat ze alleen maar opgelost worden wanneer die bepaalde persoon of die groep uit de bredere gemeenschap verdwijnt. In zekere zin is dat ook een soort verzoeningsritueel. Na allerlei conflicten of problemen wordt binnen de groep de samenhorigheid hersteld. Er is weer hoop en uitzicht op beter. Dit veronderstelt natuurlijk wel dat die zondebok echt schuldig geacht wordt. Aan de schuld van een zondebok wordt binnen de groep niet getwijfeld. Daarover bestaat unanimiteit.  Wanneer Johannes over Jezus zegt: daar is het Lam van God, degene die de zonde van de wereld wegneemt; dan is dit voor onze oren toch wel een beetje bizarre benaming, maar voor joodse oren zeer herkenbaar. Elke dag wordt in de tempel een lam geofferd. En dan is er nog Jom Kippoer, de grote verzoendag waarop een bok de woestijn wordt ingestuurd. Johannes zegt hier, in de evangelietekst die we vandaag beluisteren: het verbond van God met mensen wordt niet vernieuwd door een zondebok de woestijn in te sturen maar in Jezus. In Jezus gebeurt de verzoening met God; in hem wordt een nieuw verbond gesloten. ‘Daar is het Lam van God, degene die de zonde van de wereld wegneemt.’   Hoe gebeurt dit dan? Door de wijze waarop Jezus geleefd heeft en door zijn dood. Deze voorstelling, Lam Gods, om over Jezus en God te spreken, is de vrucht van een langzaam gerijpte reflectie op het leven en vooral ook op de schandalige kruisdood van Jezus. Het evangelie van Johannes is geschreven tientallen jaren na Jezus’ leven, dood en opstanding. En het geeft ons ook de opvattingen weer van de tijd en de gemeente van de schrijver van dit vierde evangelie.  Alle leerlingen van Jezus hebben het verschrikkelijk moeilijk gehad met de wijze waarop hun leraar, hun leider, hun hoop, als een ordinaire misdadiger is terechtgesteld. Ze hebben geprobeerd deze vreselijke gebeurtenissen te begrijpen. Het is voor de hand liggend dat ze dit proberen zin te geven vanuit hun eigen traditie en joodse achtergrond. De idee van Jezus’ dood als zoenoffer, als verzoening tussen God en de zondige mensen, is één van de wijzen waarop zij dit begrepen hebben. Dergelijke zienswijze geeft te denken:  Want deze opvattingen consequent doortrekken leidt tot een vreselijke beeldvorming over God, alsof God zoenoffers zou nodig hebben. Toch zijn precies die lastige evangelieteksten over de terechtstelling van Jezus, relevant en openbarend. Enerzijds tonen ze nuchter aan dat Jezus volkomen onschuldig is, zelfs Pilatus zegt het duidelijk. Anderzijds stellen we vast dat Pilatus toegeeft aan de massa die unaniem schreeuwt dat hij ter dood moet gebracht worden. Met andere woorden: die hele rechtsgang is een voorbeeld van wat het zondebok-mechanisme is: een massa én haar leiders, maken iemand tot slachtoffer, tot zondebok. De hogepriester Kajafas zegt het letterlijk: het is beter dat één man sterft en dat niet het hele volk ten gronde gaat. In het aanduiden van een slachtoffer dat zondebok wordt, zijn ze eens gezind. De rust kan terugkeren (voor een tijdje althans).  Wat wil het geval nu? Het evangelie getuigt van de onschuld van Jezus, het schreeuwt de onschuld van het slachtoffer uit. Er treft Jezus geen enkele schuld. Vandaar dat hij ook herinnerd wordt als een onschuldig lam die het geweld van mensen ondergaat. Maar door zijn vertrouwvolle en geweldloze overgave, opent Jezus voor mensen de weg naar een vredevol samenleven. Hij beantwoordt het geweld niet met geweld.  Tegenover beschuldigingen, leugen en geweld staan geweldloos verzet en soms enkel woordeloos verzet, op een bepaald moment in zijn proces zwijgt Jezus. Maar er is vooral zijn verankering in God, in Jahweh, de Godsnaam die belofte is voor elkeen van ons en zegt : ‘Ik zal er zijn, als jij roept wees er.’  Het prachtige retabel van de gebroeders van Eyck, het Lam Gods toont, nu het helemaal gerestaureerd is, op het centrale paneel: een stralend, zelfbewust en rustig kijkend lam. Zijn doordringende blik stelt ons woordeloos voor de keuze, een altijd actuele keuze:  ben ik bereid te kijken naar het geweld in mijn eigen denken, spreken, doen en laten ? Naar het verdoken of openlijk geweld van de groep, van de klasse waartoe ik behoor? Zie ik mijn aandeel in het onrecht rondom, onder ogen? Probeer ik verbindend te communiceren of roep ik mee in het koor van wie schuldigen zoeken voor wat fout loopt? Zoek ik zondebokken of ben ik bereid de weg van het lam te gaan? En waar nodig aan de kant te gaan staan waar de klappen vallen?   Moge het gebed ‘Agnus Deï’ ons helpen de juiste keuzes te maken.

 

Mots-clés: Preek Knokke

© Dominicains de Belgique 2019
© Dominicanen in Belgïe 2019
webmaster@dominicains.be