Sint-Dominicushuis
Sparrendreef 91
8300 Knokke-Heist

Zestiende zondag door het jaar (C)

Jef Schoenaerts - Ontmoeting schept ruimte voor een godsgeschenk
Zondag 21 juli

De twee verhalen die we net hoorden, doen ons spontaan denken dat de waarde van gastvrijheid er de kern van is.   Laten we daarom misschien toch vertrekken van wat gastvrijheid kan betekenen.  Ik wil daarvoor – we zijn toch in vakantiemodus - in gedachten even naar Azië reizen en twee ervaringen met u delen. Lange tijd geleden logeerden we met een reisgezelschap in een fraai hotel in Manila.   We werden er heel hartelijk ontvangen en werden er op onze wenken bediend.  Of juister: we werden er méér dan “op onze wenken bediend” want zélf je bagage dragen werd niet getolereerd of je stoel bijschuiven aan tafel: dat deed je niet zelf, het werd voor jou gedaan.   Velen onder ons voelden dit aan als verwennerij en voelden zich zelfs gegeneerd en ongemakkelijk bij zoveel aandacht en dienst. 

 Een heel andere ervaring hadden we in India.  Mijn vrouw en ikzelf reisden er rond  in het spoor van een Indische priester, een bekende van onze familie. Zo kwamen we bij allerhande mensen thuis: bij arm en rijk, hindoe en christen, jong en oud.   Op de dag van ons vertrek gingen we op bezoek bij een oud koppel in een sloppenwijk in Mumbai.   [We kwamen terecht in een kleine ruimte afgeboord met golfplaten en met een bed en een naaimachine als enig meubilair].   Met father Philip als tolk werd er gesproken over ons en over hun leven  .Bij het afscheid nemen stond het kleine vrouwtje recht , legde ons de handen op en zegende mijn vrouw en mijzelf .  Wij luisterden ontroerd naar haar wens voor een behouden terugkeer en alle goeds voor ons en voor onze kinderen.    Twee ervaringen, allebei onder de noemer gastvrijheid en toch zo verschillend. In het hotel in Manila was hoffelijkheid en voorkomendheid er de essentie van.   De aandacht voor ons welbevinden was zo vormelijk dat we er ons onbehaaglijk bij voelden.    Het was een vorm van gastvrijheid die niet leidde tot ontmoeting maar eerder tot het scheppen van afstand. In het armtierig huisje in Mumbai daarentegen  werd gastvrijheid in zijn pure eenvoud en soberheid een echte ontmoeting.  Wie daar uiteindelijk gast en gastheer was, was niet meer te onderscheiden.  Het werd luisteren en ontvangen zonder woorden, het was wederkerigheid die verbinding tot stand bracht.   Deze ontmoeting blijft ons nog altijd bij als iets was ons onverdiend overkwam, als een godsgeschenk!  In het verhaal over Abraham staat uitgebreid beschreven hoe hij voldoet aan de vormelijkheden van de Joodse gastvrijheid.   Zo blijft hij – terwijl zijn gasten zich tegoed doen aan de copieuze maaltijd - attent bij hen staan onder de boom.  Zowel in zijn draven en slaven vooraf als in zijn attent op wacht staan onder boom, groeit de gelegenheid voor zijn gasten om zelf ook gastheer te worden. Hun vraag “Waar is Sara?” is de voorbode van het godsgeschenk dat die gasten hem op hun beurt  aanbieden: de zoon die hen op late leeftijd nog wordt geschonken.  In het verhaal over de ontvangst van Jezus staat het draven en slaven van Martha niet echt beschreven maar Martha heeft zich heel zeker uitgesloofd want ook zij staat [net als Abraham]in die Joodse traditie van gastvrijheid.  Alles lijkt te verlopen zoals de traditie het vraagt tot Martha Jezus [en onrechtstreeks dus ook haar zus Maria] die nijdige vraag voorschotelt: “Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen?”  gevolgd door het bevel “Zeg haar dat ze mij moet helpen.”   Die eis keert zich echter tegen haar want het is net Jezus die Maria de ruimte heeft gegeven om aan zijn voeten te zitten.  En dat dit geen onderdeel is van een romantisch tafereeltje, begrepen de tijdgenoten van Lucas heel goed: waar in het jodendom enkel mannen leerling van een rabbi konden zijn, nodigt Jezus hier een vrouw uit om leerling te worden. Met die revolutionaire daad haalt Jezus Maria uit haar stereotiepe rol:  in plaats van een dienstrol in de marge van de ontmoeting komt Maria meteen midden in het relationeel gebeuren te staan.  En Jezus geeft die optie nog meer kracht door te zeggen dat Maria het beste deel heeft gekozen dat haar niet zal ontnomen worden.   Vuurwerk is dat! Tegenstand verzekerd van de toenmalige Joodse leiders en tegenstand ook tot op vandaag bij het kerkinstituut dat vrouwen nog steeds de toegang ontzegt tot een volwaardige plaats in de kerk.   Als dit verhaal gebruikt wordt om vrouwen binnen de kerk tot een dienende rol te reduceren en in een tweederangspositie te houden, zitten diezelfde kerkleiders bij Jezus ook vandaag aan het verkeerd adres.   Als we dit verhaal toch  willen blijven zien als een ode aan de gastvrijheid, dan is het enkel geloofwaardig als het de personages in het verhaal niet in een ondergeschikte dienstrol duwt  maar hen laat doorstoten tot het niveau van de ontmoeting en van de wederkerigheid.  Net zoals bij Abraham wordt de gast zelf gastheer: Jezus die warm ontvangen wordt bij de twee vrouwen, geeft Maria de intimiteit die een leerling kan te beurt vallen.   Wat haar concréét te beurt valt met de uitspraak “Maria heeft het beste deel gekozen” blijft in de tekst open.   Je kan het wel vermoéden.  Jezus leidt haar binnen in zijn eigen wijze van omgang met de mensen en hij leidt haar tegelijk ook binnen in het mysterie dat hij deelt met zijn Vader.  Zou het toevallig zijn dat net na dit verhaal in het evangelie de vraag valt: “Heer, leer ons bidden?”.  Een vraag waarop Jezus zijn intimiteit met zijn god met zijn leerlingen deelt in het Onze Vader.  Het godsgeschenk dat hier aan de orde is,  is het moment dat god zelf zich als geschenk aan mensen aanbiedt.  Ging het vandaag over de deugd van de gastvrijheid?    Jazeker, daar ging het ook over.  Maar veel meer nog dan over deugden en waarden, ging het over de diepte van het elkaar ontmoeten.   Het ging over die vorm van gastvrijheid waar openheid groeit voor wederkerigheid, waar mensen beurtelings gast en gastheer zijn voor elkaar en waar ruimte is om in de dienstbaarheid god zelf op het spoor te komen.    

Inleiding 

Vandaag biedt de kerk ons twee bekende lezingen aan: het verhaal waarbij Abraham drie vreemdelingen in zijn tent uitnodigt en daarnaast het verhaal waar Martha en Maria Jezus onderdak bieden op zijn tocht naar Jeruzalem.   Omdat het hier telkens gaat over het ontvangen van gasten ,voert men de kern ervan vaak terug tot de deugd van de gastvrijheid.  Met deze interpretatie komen we in de opvatting terecht waarin het christendom staat voor het verkondigen en beleven van een aantal waarden en deugden.   Vraag je aan een leerkracht in een katholieke school of aan een verpleegkundige in een katholiek ziekenhuis wat hij aan zijn instelling katholiek/christelijk vindt, zal hij vaak antwoorden: omdat hier waarden en deugden voorgehouden worden als respect, naastenliefde, gastvrijheid eerlijkheid,…   Je kan je daarbij wel afvragen of die deugden – hoe krachtig en waardevol ze ook zijn – wel doorstoten naar de kern van het christendom dan wel of ze inherent horen bij alle prominente levensopvattingen.  Is de figuur van Jezus in ons geloof belangrijk omdat hij waarden als naastenliefde en andere heeft  beklemtoond?   Kunnen we het tafereel van Martha en Maria herleiden tot een voor de hand liggende promotie van de gastvrijheid of schuilt er een andere laag onder dit verhaal?   Een aandachtig beluisteren van het verhaal brengt ons misschien ook onderliggende sporen. 

Mots-clés: Preek Knokke

© Dominicains de Belgique 2019
© Dominicanen in Belgïe 2019
webmaster@dominicains.be