Negentiende zondag door het jaar (C)

Bernard De Cock - Met of zonder God?
Zondag 11 augustus

Enige tijd geleden schreef een bekende arts en filosoof een opmerkelijke dagbladcolumn.  Aanleiding was – aldus de schrijver zelf – een foto die hem gechoqueerd had. De foto toonde de herbestemming van een kerk tot een centrum voor trampolinespringen. Ooit had onze vrijzinnige arts-filosoof het geloof ‘aantrekkelijke onzin’ genoemd.

En in dezelfde stijl commentarieerde hij ook de ontwijding en de nieuwe bestemming van de kerk. Ik citeer: “Dat wou je toch? Jazeker, natuurlijk, ik vind het geweldig allemaal, weg met de achterlijkheid, leve de emancipatie, filosofie is mooier dan religie, laten we de kosmische leegte gewoon onder ogen zien. En trouwens, literatuur, poëzie, muziek, kunst en wetenschap bieden voldoende geestelijke rijkdom, daar heb je echt geen godsdienst voor nodig.” Einde citaat. En toch was de ongelovig geworden man gechoqueerd door de foto, want tegelijk kreeg hij ook een raar soort heimwee bij de aanblik van een kerk als trampolinezaal. Dat heimwee naar een verdwenen grondgevoel van eeuwen of een troostende melodie die nooit meer zou klinken, dreef hem niet terug naar het geloof, schreef hij. Maar wel ontlokte het hem een open vraag, namelijk, of we ons leven en de wereld beter of slechter bezingen mét God of zónder God.

Ik vertel dit om twee redenen. Op de eerste plaats praat onze columnist de algemeen gangbare gedachte na dat godsdienst achterlijk zou zijn; dat wij gelovigen domme, niet-geëmancipeerde mensen zouden zijn; dat wij maar niet willen inzien noch willen aanvaarden dat de positieve wetenschappen ons geloof in God hebben onderuitgehaald. Dergelijk verwijt aan het adres van gelovigen als dommeriken is in onze westerse samenleving een nieuw dogma geworden en wordt met grote stelligheid, ja soms met agressie, verkondigd als de enige waarheid.    

Het minste dat je kan zeggen is dat de wetenschap die de werkelijkheid ontleedt enerzijds en mijn gelovige bewondering over die werkelijkheid anderzijds niet op vijandige voet hoeven te staan. Wanneer ik op een koude winteravond naar de sterrenhemel kijk, dan komen de woorden ‘natuur’ en ‘wonder’ dicht bij elkaar. Ik kan met open mond door de schoonheid en complexiteit ervan getroffen worden en tegelijk erkennen dat het heelal dat ik aanschouw (en waar ik deel van ben, want ook ik ben sterrenstof) door een ruim dertien miljard jaar durende evolutie is geworden tot wat het nu is. Wetenschap zoekt naar verbanden van oorzaak en gevolg, meet, analyseert, verklaart maar plaatst de zinvraag tussen haakjes. Geloof ervaart geboorte en dood als een mysterie in Gods hand, het geeft betekenis aan wat daartussen ligt, aan wat ervoor was en erna komt; het zingt uit dat wij mensen niet alleen zijn, maar gedragen worden door iemand die met ons begaan is. De taal van wetenschap en die van geloof zijn dan ook totaal van elkaar verschillend. Laten we die talen niet mengen. Want als je dat wel doet, vermink je beide benaderingen. Dat we ons integendeel door beide laten aanspreken.  

Een tweede reden waarom ik over de column vertel, is dat kerksluitingen de aanleiding zijn voor onze arts-filosoof om de vraag te stellen of we “ons leven en de wereld beter of slechter bezingen met God of zonder God”. Die vraag is niet alleen van fundamenteel belang voor een agnost of een ongelovige. Ze is dat evenzeer voor een gelovige. Ik denk dat we állemaal moeten blijven zoeken naar de waarheid. Ik kan hier echter alleen maar spreken als gelovige. Geloof is niet op de eerste plaats een kennis, een zeker weten. Het is vooral een fundamenteel vertrouwen in God die liefde is. Iets geloven is iets als waar aannemen, er rationeel zeker van zijn zoals 1+1=2, in iemand geloven is iemand vertrouwen, intuïtief zeker zijn van hem of haar, er kunnen op bouwen. Daar hoort ook altijd twijfel bij. In navolging van Jezus Christus beleven wij christenen ons geloof niet alleen op een rationele manier. Het is voor ons niet louter een filosofische kwestie. We geloven op een praktische manier. Zoals Jezus zijn verhouding met God niet los zag van zijn liefde voor de mensen, vooral voor slachtoffers, zo worden wij opgeroepen een biddende en intieme relatie op te bouwen met God, de diepste bron van ons bestaan, en die relatie vrucht te laten dragen in een dienst aan elkaar.   

Wij doen dat hier en nu. Volgens het evangelie van vandaag is dat ‘hier en nu’ de tussentijd tussen Jezus’ weggaan en zijn terugkeer. Jezus vergelijkt zichzelf met een heer die ’s avonds naar een huwelijksfeest gaat. Hij gaat dus weg en als hij laat in de nacht van dat feest terugkeert, en klopt aan de deur van zijn eigen huis, verwacht hij dat alle dienaars wakker zijn. M.a.w. dat ze hun lenden omgord houden en hun lampen brandend, dat ze waken tot hij terug is. M.a.w. dat ze aan de slag zijn. En, raar maar waar, wanneer de heer zijn personeel zo bezig vindt, omgordt hij zichzelf, nodigt dat personeel aan tafel uit voor een grote maaltijd en bedient hen zelf. Jezus is die heer die ooit zei: wie de grootste wil zijn, moet dienaar van allen worden. Zelf waste hij de voeten van zijn leerlingen. De lenden omgorden, de lampen brandend houden, dat is precies de kern van ons geloven. En dat is: onze relatie met God en onze dienstbaarheid aan elkaar als een eenheid beleven. Telkens opnieuw, hier en nu, zonder uitstel. Tot de heer ooit definitief terugkeert om óns te bedienen tijdens het hemels gastmaal. In die zin is godsdienst niet alleen wij die God dienen maar ook God die ons dient. Godsdienst als dienst van God aan mensen.    

Telkens opnieuw te kiezen voor geloof, hoop en liefde, daar is niets achterlijks aan. Integendeel, het is een weloverwogen en diep-menselijke keuze. Welnu, in dit geloof, in deze hoop en in deze liefde wil ik leven en sterven. Amen

Bernard de Cock o.p.

Wijsheid 18, 6-9 en Lucas 12, 32-48

Mots-clés: Preek Knokke

Publications récentes

  • image

    L'Evangile inouï

    L'Evangile est bien souvent considéré aujourd'hui comme un récit mythologique écrit dans un lointain passé et qui ne s'adresse donc plus à nos contemporains. Victime de sa longue temporalité, la Bonne Nouvelle du Christ n'est plus En savoir plus
  • image

    La sollicitude

    Jésus a une manière bien à lui d’être présent aux gens, aux situations et au contexte religieux et social de son temps. Le mot qui, pour l’auteur, définit le mieux sa conduite est la sollicitude.… En savoir plus
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4

Dominique Collin : L'Évangile inouï

Patrick Lens : De leeuw en het lam




  • Espérer l'impossible

    À partir de ses recherches sur Kierkegaard (1813-1855), Dominique Collin montre dans cette conférence donnée le 17 avril 2018 à la Collégiale Saint Jean, que la théologie a des ressources propres et inouïes pour penser l’existence En savoir plus
  • Amoris Laetitia

    Le synode sur la famille et surtout les conclusions qu’en a tirées le pape François dans Amoris laetitia suscitent débats et controverses au sein de l’Église. Certains, y compris quelques cardinaux et nombre d’évêques mettent en En savoir plus
  • 1
  • 2