Sint-Dominicushuis
Sparrendreef 91
8300 Knokke-Heist

Veertiende zondag door het jaar (C)

Bernard De Cock - Wat je verkondigt moet je zelf doen
Zondag 7 juli

Om de drie jaar, in het begin van de grote vakantie, horen wij hier en in alle kerken dit evangelieverhaal over Jezus’ zending van tweeënzeventig leerlingen. De combinatie van grote vakantie en dat verhaal doet me steevast denken aan een leuke foto die ik ooit uit een vakantiekrant knipte. Misschien heb ik die anekdote hier al eens verteld. De foto is genomen op een Franse autostrade. Tussen twee camions zie je een auto-met-caravan. Die behoorde toe aan toeristen uit het Noorden. Ze hadden de autosnelweg genomen om zo vlug mogelijk op hun vertrouwde camping in het zuiden van Frankrijk aan te komen.

Al vlug echter waren ze klemgereden tussen boze stakende Franse routiers. Wat hadden de toeristen gedaan? Ze hadden gewoon uitgela­den wat ze meehad­den... en ze hadden blijkbaar álles mee. Je kon het zien op de foto: rondom hun kampeertafeltje en stoelen werden de zeker­heden en de bijhoren­de sleur van alledag langza­merhand op­nieuw opgebouwd. Niets nieuws, behalve dat het nu eens op volle autostrade gebeurde. En dan werd die bizarre foto genomen.

Welnu, die anekdote staat in schril contrast met de primitief aandoende, keiharde regels die Jezus aan de tweeënze­ventig oplegt, als hij hen erop uitstuurt om zijn werk verder te zetten. Ze mogen op hun tocht geen voorzorgsmaatregelen nemen. Geen ballast. Dat geldt zowel op materieel gebied als op geestelijk gebied. Geen geld, geen rugzak met proviand, geen schoeisel. Maar ook geen uitgewerkte leerstellingen of voorgekauwde waarheden. Als Jezus je zendt, is het enige dat je als bezit mag meehebben: jouw bereidheid om de ander te respecteren in wie hij of zij is. Dat is heel concreet. Het is jouw woord van vrede, een niet-agressieve houding tegenover wie je op je pad tegenkomt. Het is je kwetsbaarheid: je bent overgeleverd aan de gastvrijheid van de ander, eet wat ze je voorzetten. En het is tenslotte je genezend stilstaan bij de pijn van de ander: genees de zieken die er zijn. Dit zijn niet zozeer enkele handige tips voor onderweg die Jezus hier geeft, het is de diepe kern van de levenswijze die hij er zelf op nahield en waardoor het Rijk Gods nu nabij komt. Gods aanwezigheid onder ons. 

U weet, beste mensen, dat u hier in een dominicanenkerk bent. Welnu, dit verhaal over de zending is een van de lievelingsteksten van de dominicanen. Eigenlijk het stuk evangelie dat de grondslag vormt van onze spiritualiteit. Wij worden ‘predikbroeders’ genoemd. Bij prediken gaat het dan niet om mooiklinkende, levensvreemde toespraken – trouwens onze verkondiging dient zich volgens Jezus te beperken tot het korte zinnetje: “Het Rijk Gods is nu nabij” (veel mensen zouden wat blij zijn met zo’n korte preek). Prediken is het verwoorden en het zelf in praktijk brengen van Jezus’ levensvoorbeeld, namelijk hoe hij dat Rijk van God bij de mensen bracht en hoe wij dat, in navolging van hem, kunnen doen, vandaag en op de plekken die zich aandienen, namelijk zoals ik daarnet al heb aangegeven: door vrede te stichten, door te gast te zijn bij de mensen, door te genezen en nabij te zijn. Een goede dominicaan, predikbroeder zegt: ‘Luister naar wat ik zeg en kijk naar wat ik doe.’ Enfin, kijk hoe ik probeer om datgene wat ik zeg, waar te maken in de eigen religieuze gemeenschap en in mijn eigen leven… Zoiets.

En dat er altijd een kloof zal zijn tussen het ideaal dat ik preek en wat ik ervan terechtbreng, moet mij als predikant nederig maken. Arm, materieel en geestelijk. Jezus zegt uitdrukkelijk van zichzelf dat de Mensenzoon geen steen heeft om zijn hoofd op te leggen, welnu mijn verkondigers – zegt hij – moeten zelf ook arm zijn, en ze moeten blijven zoeken naar waarheid in waarachtigheid zodat ze solidair kunnen worden met wie nog armer of nog meer zoekend is. Anders zal hun boodschap niet overkomen, maar als hypocriet worden ervaren.

Drie jaar geleden, in 2016, vierden wij het achthonderdjarig bestaan van onze dominicanenorde. Naar aanleiding daarvan was er een grote viering in de Antwerpse Sint-Pauluskerk, waar onze algemene overste, de Franse medebroeder Bruno Cadoré voorging en de preek hield. Niet toevallig was de evangelielezing dezelfde als die van vandaag: de zending van de 72. Eén van de accenten die hij toen naar voor bracht, is me bijzonder dierbaar, en ik wil daar nog even bij stilstaan.

Jezus zegt tot de leerlingen: “De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten.” Het woordje ‘oogst’ komt in dit korte fragment drie keer voor. Lucas duwt ons met de neus op het feit dat Jezus zijn verkondigers de opdracht geeft om te oogsten. Uiteraard moet er gezaaid worden om te kunnen oogsten. Maar al te dikwijls, zo zei broeder Bruno ons, denken wij dat wij in de wereld alleen maar Gods woord moeten gaan zaaien. Hier wordt ons gevraagd dat wij Gods woord herkennen daar waar het al werkt, daar waar het ooit gezaaid werd en opschoot en vrucht draagt, en die oogst is groot. God is al aan het werk buiten ons, zonder ons, vóór ons, voor wij er nog maar aan denken het te verkondigen. Je mag het ‘genade’ noemen, de genade van Gods liefde voor elke mens, ook voor degenen die er zich niet van bewust zijn. Arbeiders gevraagd om te oogsten, dat wil zeggen mensen die dialogeren, ontmoeten, luisteren, kortom de genade van Jezus Christus, die werkzaam is in de wereld, te detecteren en te benoemen.

Ik geloof heel sterk in de christelijke traditie. In datgene wat vóór ons werd gezaaid. De traditie van Gods aanwezigheid onder ons, op een heel eigen manier belichaamd in Jezus van Nazareth. Een aanwezigheid die doorwerkt in gemeenschappen van goede wil, in de wetenschap, in de kunst, in de klimaatmarsen van jongeren, in de moed van journalisten om niet te zwijgen als de waarheid geweld wordt aangedaan, in de stille maar krachtige wil van zovele mensen om het christelijke ideaal te beleven. Ik geloof heel sterk in die traditie.

Mag ik elk van u en mezelf uitnodigen goed rondom ons te kijken, en laten we het aan elkaar verkondigen: God is daar al, midden onder ons, Hij is aan het werk. Hij spreekt tot ons. Hij wil ons hart raken. 

Bernard de Cock o.p.

Jesaja 66, 10-14c en Lucas 10,1-12.17-20

Mots-clés: Preek Knokke